zoek

Nora van den Eeckhout

Het verhaal van Nora, een krachtige vrouw die roem en rijkdom heeft gekend, maar ook in armoede heeft geleefd. Ze vertelt openhartig haar verhaal, waarbij ze ondanks alle tegenslag steeds weer de kracht vindt om door te gaan. Tekst door Hans Peters.

'Ik heb in krotten en kastelen gewoond'

Oudere Tilburgers kennen wellicht Nora van den Eeckhout. In de jaren ’80 verwierf ze faam als choreografe met haar dansschool Danshuis Tilburg in de Telexstraat. Die roem duurde twaalf jaar, daarna verloor ze haar dansschool en ging het bergafwaarts met haar. Nora is het levende voorbeeld hoe je van rijk naar arm kunt gaan, maar toch ondanks alles positief in het leven kunt blijven staan.

Nora (Breda, 1954) komt uit een gezin van zeven zusjes en 1 broertje en is Indonesisch van afkomst. Haar jeugd was echter geen tempo doeloe. Haar moeder raakte door dat grote gezin overspannen en botvierde haar frustratie op Nora. Nora: “Als ik de ramen niet streep loos had gezeemd, kreeg ik slaag. En als mijn vader dan thuiskwam, zei ze in het Maleisisch dat hij me nog eens moest slaan. Ik wilde dat niet, en deed alsof. Ik speelde met hem onder een hoedje: dan klapte hij hard met zijn handen en zei ik ‘auw’.

Dans in het bloed

Nora wilde na de lagere school graag naar de mulo; ze moest van haar ouders perse naar de huishoudschool, bij de nonnen. Nora: “Ik was de beste van de klas, want ik kon alles al. Toen ik zeven was spoelde ik de poepluiers van mijn zusjes al en dekte ik de ontbijttafel. En als dat niet goed was, dan zwaaide er wat.” Omdat ze zo bekwaam was, wekte dat wrevel bij de rijkeluismeisjes. Moeder-overste beval dat ze van school af moest. Nora: “Mijn zusjes zaten allemaal in een kindertehuis in Venlo; daar wilde ik naar toe. Beter dan geslagen worden. Tot groot verdriet van mijn vader, die moest bij mijn vertrek huilen.” De 14-jarige Nora werd door een gezinsvoogd met de auto naar Venlo gebracht, dat was ook geen zuivere koffie. “Bij een benzinestation betastte hij me tussen de benen. Toen ben ik uit de auto gesprongen en riep ik ‘als je niet van me afblijft, schop ik je tussen je ballen’. Ik was toen al fel. Daarna heeft hij me netjes naar Venlo gebracht.”

Het kindertehuis zat in een klooster. Bij de nonnen leefde ze op en genoot ze met volle teugen. Ze zag haar zusjes weer. Ook dansen zat al vroeg in haar bloed, ze liet ze allemaal swingen, zelfs de nonnen. Nora: “Ik was de baas van het paviljoen; in het klooster heb ik staatsexamen mavo gedaan.” Drie weken voor haar 18e riep moeder-overste Nora bij zich. Meerderjarigen mochten niet in het klooster blijven. Ik kreeg drie weken de tijd om een baan en een huis te zoeken.” Dat werd het antroposofisch kindertehuis Zonnehuis Veldheim in Zeist, naar de leer van Rudolf Steiner. Vijf jaar werkte ze als hoofdleidster op een groep van 7 jongens. Nora: “Natuurgericht werken op het gebied van gezonde voeding, dat was het uitgangspunt. Ik was voor die jongens een soort moeder.”

Pionierswerk

Toen ze 23 was, kwam ze haar grote liefde tegen. Nora: “Ik ontmoette hem in de trein naar Breda, toen ik bij mijn ouders op bezoek ging. Hij zat in een rijkeluistehuis in Venlo; zijn ouders woonden in Oisterwijk, die hadden een kasteel van een huis, tussen de vennen. Zijn vader was een bekende pottenbakker en kunstschilder, zelf fotografeerde hij.” Nora werd zijn muze. “Hij kon heel goed kijken en heeft heel veel foto’s van me gemaakt.” Ze kochten een huis in de Hoogvensestraat in Tilburg. In het Leijpark stond een leegstaande agrarische school. Nora en een vriendin besloten daar een crèche te starten, onder de kwetterende naam ’t Vogeltje, immers de crèche was vlakbij de beruchte Vogeltjesbuurt. Nora: “Dat was echt pionierswerk. Niet alleen de kinderen moesten opgevoed worden, ook de moeders. Die dropten hun kinderen met een vieze luier en een zakje chips als lunch. Ik heb ze veel geleerd: dat ze meer moesten douchen en schone luiers mee moesten nemen. Ik sprak geen plat Tilburgs, ze vonden me maar een kakmadam, maar later raakte ik ingeburgerd en bakten ze zelfs een taart voor me.”

Bij ’t Vogeltje gaf ze ook dans- en bewegingsspelletjes voor moeders en kinderen. Toen zei iemand: jij moet iets met dans gaan doen. Dat werd de dansacademie. Ze deed auditie bij het Conservatorium in Het Cenakel en werd aangenomen. Nora: “Ik leerde alle vakken: klassiek, spitzen, modern, folklore. En ik studeerde cum laude af. ” Nora gaf danstheater aan zo’n beetje alle Tilburgse scholen: de lagere school, de middelbare school en de universiteit. Begin jaren ’80 kregen Nora en haar vriend de kans om het voormalig naaiatelier van Van Puijenbroek in de Telexstraat. te kopen. Dat stond leeg. Zij kon daar een dansstudio beginnen, hij een doka. Nora: “Voorwaarde van zijn ouders was wel dat we moesten trouwen, op huwelijksvoorwaarden. Met het huis op zijn naam, en de inboedel op mijn naam. Dus dat deden we.” De uitdaging om samen een studio te starten was erg aantrekkelijk. Nora: “We hebben in een jaar tijd het pand omgebouwd tot een pareltje. Op de begane grond zat de dansstudio Danshuis Tilburg. Op de eerste etage hadden we kantoor, woonruimte en doka.” Nora heeft aan die tijd goede herinneringen. “Ik heb veel dansers opgeleid in allerlei soorten dans: klassiek, jazz, modern. Ik gaf totaaltheater, we maakten onze eigen decors. En we gaven voorstellingen in de stadsschouwburg, alsook in fabrieken, scholen, tuinen, parken. Onze voorstellingen pasten we aan de locatie. Ik werkte samen met bekende muzikanten als Paul van Kemenade (saxofonist) en Ron van Rossum (pianist). Een geweldige tijd. Ik was 1 met de muziek en de muziek met mij.”

Vergane glorie

Twaalf jaar later runde ze de dansschool met veel succes. Ze kreeg twee kinderen en haar man werd een bekende fotograaf. Toch kwam aan al dat moois een einde. Nora: “Op de dansschool zaten allemaal mooie meiden, logisch, want ik koos ze uit.” Haar man echter hield wel van vrouwelijk schoon en de zoon van de pottenbakker maakte er een potje van. Nora: “Hij ging vreemd met zowel de secretaresse, als de docente, als een leerlinge. Dat pikte ik niet en ik wilde uit elkaar. Maar ik wilde ook de school niet verliezen. We besloten de relatie platonisch te houden. Dat werkte niet, haar man wilde toch seks. Ze pakte haar biezen, nam de kinderen mee en vroeg de scheiding aan.

Nora: “Ik verbleef in verschillende opvanghuizen, maar wilde toch weer graag een plekje voor mij en mijn kinderen. Dat werd een maisonnette, vlakbij de dansstudio. Ik kon deze inrichten met mijn inboedel, maar ik kon niet tegen hem en zijn ouders op. Ze waren van goede komaf, maar ondertussen. Het ontaarde in een vechtscheiding, ze mochten het hele spul houden. Ik kreeg een inboedel van vrienden en andere moeders en richtte mijn paleisje in.” Het verdriet om de scheiding eiste wel zijn tol. Nora kon moeilijk alleen zijn en vond troost in de rode wijn, als bij de omgangsregeling de kinderen een week bij hem waren. Nora: “Ik kreeg ook veel wijn van vrienden, dat was eigenlijk niet goed. Na drie jaar zwaar drinken, wilde ik er vanaf. Ik heb me verplicht laten opnemen in een afkick-kliniek.” Ze werd clean en keerde terug naar haar flatje. En ze wilde vrijwilligerswerk doen. Via vrijwilligersorganisatie ContourdeTwern had ze zich aangemeld maatje te worden van een Turkse jongen. Nora zou met hem naar de speeltuin en het museum gaan. Maar ze werd afgewezen voor het werk, omdat ze te enthousiast was. Nora: “Dat was voor mij de trigger weer te gaan drinken. Ik kon alleen maar op de bank voor de tv hangen en wilde nergens meer naar toe. En moest steeds denken aan mijn heftige leven: de lichamelijk mishandeling in mijn jeugd, de vechtscheiding, het verlies van mijn dansschool.”

Je kunt steeds weer opnieuw beginnen

Nora krabbelde weer op en wilde opnieuw beginnen. Ze zou aan woningruil doen met een dame. Helaas kreeg ze een auto-ongeluk, ze werd door een Mercedes aangereden en kreeg een gebroken enkel en kwam in het ziekenhuis terecht. Nora wist de naam van de dame niet meer, deze bleek onvindbaar. Wel had Nora de huur van haar flat opgezegd. Vette pech. In haar rolstoel kwam ze enkele maanden geleden bij Traverse aan. Nora: “Wat een geluk dat ik niet dakloos werd. Ik ben geen straatbewoner. Ik heb in kastelen en krotten gewoond, maar ben nooit dakloos geweest. Ik ben blij dat ik hier nu woon, met veel hulp van lieve mensen: soms val ik terug in de alcohol. Ik vind het erg verslaafd te zijn, toch haalt de drank de scherpe kantjes van het leven af. Het maakt het draaglijk. En ik word er creatiever van.” Nora heeft de veerkracht om steeds weer de draad op te pikken. Ze is dan ook een entertainer, in de ontmoetingsruimte heeft ze het hoogste woord, alsof ze spreekstalmeester is. Nora: “Mensen met elkaar verbinden, dat is mijn talent. Kijken naar elkaars kwaliteiten, want iedereen heeft die, hoe onzeker je ook bent. Je kunt steeds weer opnieuw beginnen.” Het gaat steeds beter met Nora, af en toe gaat ze naar het festival Wilhelminapark viert de Zomer. Danst ze op de achtergrond mee met yoga en Chai Chi. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.